Start

Gedichten op foto

Foto's

Gedichten

Diversen

Contact

Links

Bloem

Wat vraagt de bloem,
wanneer haar bladen welken,
of honing wordt gedronken
uit haar kelken;
ze heeft gebloeid,
dat is haar roem.

A. Pierson (1831-1896)


Liefde

schoonheid zit van buiten
liefde binnenin
zonder schoonheid
kan men leven
zonder liefde heeft geen zin.


Greet Jonk Commandeur

's Zomers

'moet je voelen
hoe koel die bloemen zijn', zei ik
en ik legde je hand
op al dat kroelende roze

'terwijl pioen zo'n gloeiend woord is', zei jij

ik bloosde

Mischa de Vreede

Cirkel

Ik heb gezocht,
gevonden en verloren
en weer opnieuw gezocht
totdat ik het weer vond
een mens wordt zoveel meer
dan ééns geboren
en voor wie zoekt is op 'n dag
de cirkel rond.


Toon Hermans (1916-2000)
Ik kreeg de stilte weder lief

ik heb de stilte weder liefgewonnen:
een korte poos was ik van haar vervreemd
maar nu heb ik opnieuw haar liefgewonnen
ik mag weer drinken aan haar klare bronnen
en zwerven door haar schaduwbeemd.

weer gaan haar dromenlanden voor mij open
waar bloeit het kruid van de herinnering
door haar zachte geuren omdropen
weet ik nauwelijks hoe de tijd verging.

Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

Mijn moeder is mijn naam vergeten

Mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik lief heb wil ik heten.

Neeltje Maria Min

Zomer  

Het wordt weer zomer
de vogels zingen hun hoogste lied
ik koester de milde zonnestralen
even vergeet ik mijn verdriet.

Lekker lui in mijn stoeltje
geniet ik van een glaasje wijn
weg van al dat aardse gedoe
ik wil gelukkig zijn.

Sanny van Ooyen

Op eenvoudige wijze

Op eenvoudige wijze leidt uw hand de
mijne op papier,
om dank te zeggen voor alle rijke zegeningen.
Ik voel mij gesterkt nu,  Vader blijf mij leiden
laat mij u blijven dankzeggen
laat mij sterk blijven
om mij te verzadigen
aan uw rijke zegeningen.
Dank u voor mijn levensbehoeften.

Stella

Voetstappen in het zand

Ik droomde eens en zie
ik liep aan ’t strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen,
want ook de Heer liep aan mijn zij.

We liepen samen het leven door
en lieten in ’t zand,
een spoor van stappen, twee aan twee;
de Heer liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achter mij
en zag mijn levensloop,
in tijden van geluk en vreugde,
van diepe smart en hoop.

Maar als ik goed het spoor bekeek,
zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was
maar één paar stappen staan.

Ik zei toen “Heer, waarom dan toch?”
Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag
op het zwaarste deel van mijn pad…….

De Heer keek toen vol liefde mij aan
en antwoordde op mijn vragen:
“Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,
toen heb Ik jou gedragen.”

Mary Stevenson (1922-1966)

Westfries gedicht

Ik had hum alders skroive willen
want hai was ziek en zat allien.
Hai was al toide an de sukkel
ik dink al van zô'n jaar of tien.

Maar ja den skiet dat zommaar over
je wete wel hoe of dat gaat
want altoid was er dut of dat weer.......
Nou kin 't gien meer, 't is nou te laat.

Zoin naam die kwam ik guster teugen
die stond heêl duid'lijk in de krant
met nag wat are vreemde name
allegaar met een zwarte rand.

Een kaartje met gedrukte woorde
dat gooide ik toe op de post
maar toe het in de bus viel wist ik
dat ik m'n heêl diep skame most.

Klaas Zwier


Sprookje

Er was eens, er was eens.....
hoe ging het ook weer.
Geloven in sprookjes,
ik kan het niet meer.

Sanny van Ooyen

Klaprozen

Boven de onmogelijkste aarde
heffen zij het hoofd,
door het daglicht gewekt,
en wiegen zich met vreugde
in de opkomende wind.

Met per takje slechts drie of vier
kleine blaadjes, vliegen om hun
steeltjes de torren en vlinders,
het dwaze rood van hun klaproosbestaan
als gepaard aan het groen van de weiden.

Heel lang kan ik zo zitten kijken
hoe ze daar staan, geplant op een rij,
de hoofdjes naar elkaar toegewend.
“Wat een geluk om zo’n bloem te zijn”
zeg ik bij mij zelf, vol verbazing
over hun stille ontwaken.

Fakir Baykurt (1929-1999)
Vertaling: Gerard Bosscha Erdbrink

Gebed voor mijn kinderen

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.
Graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift.
Dat niets of niemand ze meer ooit daaruit kan branden,
ook niet als satan ze straks als tarwe zift.

Houdt Gij mijn kinderen vast, als ik ze los moet laten
en laat altijd Uw kracht boven hun zwakheid staan.
Gij weet hoe mateloos de wereld hen zal haten,
als zij niet in het schema van de wereld zullen gaan.

Ik vraag U niet mijn kinderen elk verdriet te sparen,
maar wees Gij wel hun troost, als ze eenzaam zijn en bang.
Wil om Uws naams wil hen in Uw verbond bewaren,
en laat ze nooit van u vervreemden, nooit hun leven lang!

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.

Amen.

Geeske Wiersma

Zomerdag

Ik ben die ik ben
een mens met een stem
om te laten horen
wat mij zo al kan bekoren.
Een bloem, een plant of een boom,
het is allemaal zo gewoon
dat men er soms aan voorbij gaat
en niet even stil staat
wat een genot zoiets kan geven
in je leven.
Het is de schoonheid van de natuur, die ik zag,
op een mooie zomerdag.

Nel van Baaren

Een voorjaarswandeling

Wij liepen in een bos
langs oude dennen, varens, berken, mos
en spinnenwebben.
Wij konden daar slechts fluisteren,
durfden elkaar niet goed verstaan.
Plotseling hoorden wij hoge stemmen:
'Ga weg! Straks vallen alle bomen om!'
Wij stonden stil, hielden onze adem in.
De zon scheen, het was het midden van een dag.
Een beek leek wel te rinkelen,
had niet genoeg aan glinsteren.
Toen vielen alle bomen om, bedolven ons.

Toon Tellegen
Dromen

Op een dag vlieg ik ook
als een vogel in de ijle lucht,
met m'n vleugels op de wind
zoekend mij een weg.
Ik volg de nacht, ik volg m'n instinkt
dat zeggen zal:
je vliegt van droom naar droom,
mooie dromen,
minder mooie dromen.
Vliegen wil ik met mijn vleugels
op de wind,
zoekend mij een weg
een weg in een droom
lang, smal, verlichtend.
Mijn eenzame droom

Stella

Nomade

En elke keer opnieuw dan loopt
men in de val van eigen dromen;
hoe vaak al heb ik niet gehoopt
in de oase aan te komen
waar niets meer tot vertrekken noopt,
met altijd groenend gras en bomen,
en water dat men krijgt, niet koopt.
Maar aan het lot is niet te ontkomen.

Want men voert met zich mee de beesten
waarvan men dienaar is en heer,
maar ’t eerste altijd nog het meeste
en zo bevuilt men keer op keer
wat paradijs had kunnen zijn,
en drijft zichzelf in de woestijn.

Maarten Mourik

Moederdag 2003

Vandaag, 11 mei, is het weer moederdag,
de dag dat een kind Moeder verwennen mag.
De eerste Moederdag zonder jou
en weet je wat ik wou
dat ik vandaag naar je toe kon gaan
en je weer feliciteren met je Moederdag,
zoals ik vele jaren heb gedaan.
Jij hechtte aan deze dag
als je al je kinderen, klein- en
achterkleinkinderen dan zag.
Een groter cadeau, als naar je toe te gaan,
kon je je niet geven,
want wij allemaal, dat was je leven.
Moederdag is nu voor mij alleen nog maar
een woord,
omdat Moederdag niet meer bij mij hoort.
Twee maanden is het nu geleden,
dat je uit mijn leven bent weggegleden.
Van een kostbaar bezit moest ik afscheid
nemen voorgoed,
dat is iets wat veel pijn doet.
Met dit gedicht wil ik je eren
zodat het in mijn gedachten nog talloze keren
ook voor mij Moederdag mag zijn,
met in de toekomst minder pijn.

Nel van Baaren

[Start] [Gedichten op foto] [Foto's] [Gedichten] [Diversen] [Contact] [Links]